wageindicator logo Loonwijzer.be You Share, We Compare

Gezondheid en Veiligheid

Plichten werkgever

Een werkgever is verplicht om over het welzijn van zijn werknemers te waken. Het welzijn van werknemers wordt bevorderd door maatregelen aangaande veiligheid op de werkplek, bescherming van de gezondheid, bescherming tegen psychosociale stress door geweld, (seksuele) intimidatie; door ergonomische werkplekken en de hygiëne te bewaken, de werkomgeving te verfraaien en in het algemeen maatregelen die tot doel hebben al het bovenstaande te bevorderen.

Een werkgever is verplicht alle nodige maatregelen te treffen om het welzijn van de werknemers te bevorderen tijdens de uitoefening van hun taak. Een werkgever dient daarbij de volgende preventieve principes in acht te nemen ter voorkoming van risico’s: een analyse van onvermijdelijke risico’s; risico-bestrijding aan de bron; gevaarlijke praktijken vervangen door minder gevaarlijke of ongevaarlijke; prioriteit geven aan collectieve beschermingsmaatregelen boven individuele; aanpassingen door een verbeterde inrichting van de werkplek, de keuze van de apparatuur, werkwijze en productie; beperking van risico’s door rekening te houden met technologische ontwikkelingen; preventief plan en welzijnsbeleid ten behoeve van de werknemers; voorlichting aan werknemers over de aard van het werk, daarmee samenhangende risico’s en de maatregelen om deze te voorkomen of te verminderen, met name tijdens de indiensttreding en op elk ander moment dat nodig is om het welzijn van de werknemers te beschermen.

De wet vereist nu ook dat werkgevers ‘psycho-sociale’ risico’s meewegen bij beschermingsmaatreglen van hun werknemers. Een psycho-sociaal risico wordt gedefinieerd als de waarschijnlijkheid dat een of meer werknemers psychologische schade zullen ondervinden ten gevolge van blootstelling aan aspecten van het werk of de organisatie, arbeidsomstandigheden of werkverhoudingen die objectief een dreiging inhouden. Dit heeft ook betrekking op intimidatie. De werkgevers moeten een dergelijke risico-analyse uitvoeren en maatregelen nemen om zulke dreigingen te verhinderen. De interne procedures terzake zijn derhalve uitgebreid met psychologische aspecten.

(Art. 4-5 van de wet betreffende het welzijn van werknemers tijdens de uitoefening van het werk, 4 augustus 1996; Koninklijk Besluit van 27 maart 1998 betreffende het welzijn van werknemers tijdens de uitoefening van het werk; Koninklijk Besluit van 18 mei 2003 betreffende toezicht op de gezondheid van werknemers;  http://www.emploi.belgique.be/moduleDefault.aspx?id=1958), Moniteur Belge 28 april 2014) 

Gratis Beschermingsmiddelen

De werkgever is verplicht tot de aanschaf en het onderhoud van beschermende kleding en uitrusting. Deze voorziening mag niet op de werknemers worden verhaald en dient gratis ter beschikking te worden gesteld. Werknemers op hun beurt zijn verplicht deze beschermende uitrusting te dragen/gebruiken en deze na gebruik op de daartoe aangewezen plek op te bergen.

De Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM) die bestaan uit onder meer beschermende kleding, moeten de veiligheid en gezondheid van de werknemers tegen specifieke risico’s afdoende beschermen. PBM worden alleen dan ingezet als de risico’s niet aan de bron kunnen worden geëlimineerd of niet afdoende kunnen worden verminderd door middel van maatregelen, methoden of procedures met inzet van technische of collectieve uitrusting in de organisatie.

De Belgische wet maakt onderscheid tussen werkkleding en Persoonlijke BeschermingsMiddelen en maakt duidelijk dat werkkleding daartoe niet behoort. De werkgever is ook verplicht tot het verschaffen van werkkleding, inclusief reiniging en onderhoud.

Heldere richtlijnen inzake omschrijving, aanschaf en gebruik van Persoonlijke BeschermingsMiddelen worden verschaft in het Koninklijk Besluit over het gebruik van BPM. 

(Art. 6 van de wet betreffende het welzijn van werknemers tijdens de uitoefening van het werk, 4 augustus 1996; Koninklijk Besluit van 13 juni 2005 betreffende het gebruik van beschermende uitrusting ter bescherming van de persoon)

Scholing

Werkgevers zijn verplicht tot scholing van hun personeel met betrekking tot gezondheid en veiligheid op het werk, in het bijzonder het voorkomen van specifieke risico’s bij bepaalde opdrachten/taken. Werknemers zijn verplicht hun werk te verrichten overeenkomstig de scholing en instructies van de werkgever. Werknemers dienen te worden voorgelicht over noodprocedures en in het bijzonder over te treffen maatregelen in geval van ernstig en onmiddellijk gevaar, alsmede eerste hulp.

De werkgever moet afdoende maatregelen treffen om zeker te stellen dat alleen werknemers die adequate instructies hebben gekregen, toegang hebben tot terreinen waar ernstig en specifiek gevaar dreigt. De werkgever dient zeker te stellen dat elke werknemer voldoende en adequate scholing ontvangt om diens welzijn te bevorderen tijdens de uitoefening van zijn taak/functie. De scholing vindt plaats bij de indiensttreding, bij verandering van baan, de introductie van nieuwe uitrusting/apparatuur of veranderingen in de bestaande, of de introductie van nieuwe technologie. De scholing moet zijn aangepast aan de veranderende risico’s en het optreden van nieuwe risico’s. Gedetailleerde beschrijvingen van de soorten scholing staan in het Koninklijk Besluit inzake scholing en herscholing ter voorkoming van ongevallen op het werk.

(Art. 6 van de wet betreffende het welzijn van werknemers tijdens de uitoefening van het werk, 4 augustus 1996; Art. 16bis-21 van het Koninklijk Besluit van 27 maart 1998 betreffende het welzijn van werknemers tijdens de uitoefening van het werk; Koninklijk Besluit van 17 mei 2007 betreffende beschermende maatregelen tijdens de uitoefening van het werk)

Arbeidsinspectie

Het Belgische systeem van Arbeidsinspectie is tamelijk complex omdat diverse federale publieke agentschappen zich met het toezicht en de naleving van de wetten bezig houden. Het Belgische systeem van Arbeidsinspectie is geregeld bij Art. 87-90bis van de Wet op Ongevallen op het Werk (10 april 1971), Wet op de Arbeidsinspectie (16 november 1972), Ministeriële Verordening inzake de organisatie en het functioneren van de Arbeidsinspectie (28 maart 2003) en Art. 216-256 van de Wet op de Arbeidsinspectie (20 juli 2006).

De volgende departementen spelen een rol bij de arbeidsinspectie in België.

  1. Twee Directoraten-Generaal bij de Federale Overheidsdienst voor de Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg te weten het DG Controle van de Sociale Wetten (handhaving van arbeidswetten en sociale zekerheid, werkgelegenheid, uitvoering van collectieve overeenkomsten, industriële betrekkingen en individuele tewerkstelling) en het Directoraat voor de Controle op Welzijn (toezicht op en handhaving van wetgeving aangaande veiligheid op het werk, gezondheid, ergonomie, werk-gerelateerde ongevallen en psychosociale stress ten gevolge van werk).
  2. De inspectiediensten van het Federale Departement van Sociale Zekerheid en de Nationale Overheidsdienst voor Sociale Zekerheid houden zich bezig met kwesties van sociale zekerheid, in het bijzonder met betrekking tot werknemers met een aanstelling
  3. De inspectiediensten van het Nationaal Bureau voor de Werkgelegenheid zien toe op de handhaving van de werkgelegenheidswetgeving.

(http://www.emploi.belgique.be/detailA_Z.aspx?id=916)

Wetgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk

  • Wet betreffende het welzijn van werknemers tijdens de uitoefening van het werk, 4 augustus 1996 / The Law And The Code On Well - Being At Work 1996
Citeer deze pagina: © WageIndicator 2017 - Loonwijzer.be - Gezondheid en Veiligheid